home > over ons > nieuwsbrief

Inwoners gemeente als lakmoesproef van Wmo-beleid

Auteur(s): Aletta Winsemius

Drie jaar geleden ging de Wet op de maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van kracht. Deze wet beoogt de ondersteuning van kwetsbare mensen in hun deelname aan de samenleving. Het gaat om mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, met een chronische ziekte of een psychische aandoening. Maar ook om mensen in een multiprobleemsituatie, om verslaafden en slachtoffers van huiselijk geweld. De Wmo is een wet die deelname aan de samenleving bevordert voor wie dat niet vanzelfsprekend is en daarnaast de maatschappelijke participatie ten behoeve van anderen beoogt, bijvoorbeeld in de vorm van vrijwilligerswerk.

Gemeenten hebben nu enige jaren ervaring met de uitvoering van de Wmo. Naast de worsteling met (nieuwe) wettelijke taken - hulp bij het huishouden, ondersteunende begeleiding - richten steeds meer gemeenten zich op verdieping van hun Wmo-beleid. Ze zoeken naar nieuwe mogelijkheden om dat beleid meer samenhang te geven, om relaties te leggen tussen prestatievelden en om participatie vorm te geven. Gemeenten worstelen met de verschillende opdrachten die de Wmo stelt. De belangrijkste is de andere manier van werken die de Wmo vereist. Een manier van werken waarin de behoeften én de mogelijkheden van de inwoners centraal staan. Deze nieuwe manier van werken stelt gemeenten voor drie opgaven. 

In de eerste plaats moet het perspectief van de burger centraal staan in het beleid. Bij ontwikkeling en uitvoering van het Wmo-beleid moet de gemeente zich steeds bewust zijn van het perspectief van de doelgroepen. Zitten zij op dit beleid te wachten? Wéét je dat als gemeente, of denk je het te weten? Aansluiten bij het perspectief van de burger vergt van gemeenten een nieuwe manier van werken waarbij de mogelijkheden van mensen met een beperking én hun sociale netwerk centraal staan.

Ook moet de onderlinge solidariteit worden gestimuleerd. Mensen die ondersteuning nodig hebben, moeten eerst kijken wat ze zelf kunnen, vervolgens wat hun naaste omgeving (familie, vrienden) en hun iets minder naaste omgeving (buren, vrijwilligers) kunnen betekenen. Er zijn inmiddels aardig wat interessante Wmo-achtige initiatieven, vaak geïnitieerd door enthousiaste gemeenteambtenaren of wethouders. Denk bijvoorbeeld aan de buurthulpcentrales in Den Haag, Amersfoort en Nijmegen.

Of burgers zelf zich door de wet laten inspireren, valt te betwijfelen. Het blijkt in ieder geval niet uit de trendstudie die MOVISIE in 2008 publiceerde. Vooral voor civiele organisaties (vrijwilligersorganisaties bijvoorbeeld) is de Wmo nog geen bekend terrein, terwijl op grond van de Wmo wel een groot beroep op dit type organisaties wordt gedaan. De tweede opgave voor gemeenten is dan ook het vinden van manieren om hun inwoners te bewegen meer voor elkaar te gaan doen.

De derde opgave betreft de relatie met uitvoeringsorganisaties. Een voorwaarde voor goede maatschappelijke ondersteuning die aansluit bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van burgers is de aansturing van complexe netwerken. Want op bijna alle prestatievelden van de Wmo hebben ze te maken met veel verschillende organisaties waarmee al dan niet een subsidierelatie bestaat. Ga maar na. Hoe kun je leefbaarheid en sociale samenhang vergroten zonder welzijnswerk, vrijwilligersorganisaties en wooncorporaties? Hoe kun je informatie en advies over voorzieningen geven, zonder contact met de verschillende aanbieders zoals zorginstellingen én welzijnsorganisaties? Hoe kun je voorkomen dat inwoners van je gemeente vereenzamen zonder thuiszorg, huisarts, welzijnswerk, vrijwilligers- en buurt-organisaties?

Drie opgaven dus voor gemeenten: het ontwikkelen van een andere manier van werken waarin de burger centraal staat, het stimuleren van onderlinge hulp en zich bekwamen in het aansturen van netwerken.

Tot slot nogmaals de burgers. Zij vormen de lakmoesproef van het Wmo-beleid. Burgers moeten vertrouwen krijgen dat deze wet ook hen iets op kan leveren. Wat is daarvoor nodig? Gemeenten die aantonen dat ze de behoeften, wensen en mogelijkheden van hun inwoners serieus nemen. Die niet alleen in woorden, maar vooral in daden bewijzen dat maatschappelijke ondersteuning een zaak is van iedereen. Die kansen zien in plaats van knelpunten. En dát is misschien nog wel het belangrijkste.

Meer informatie over buurthulp:
www.royaalmariahoeve.nl
www.ravelijn.nl
www.buurthulpnijmegen.nl

Aletta Winsemius werkt als senior onderzoeker bij MOVISIE, Landelijk Kennisinstituut voor Maatschappelijke Ontwikkeling.

Sinds 2005 heeft de in- en uitvoering van de Wmo haar aandacht.

Meer informatie: http://www.royaalmariahoeve.nl, www.ravelijn.nl, www.buurthulpnijmegen.nl

Relevante leergangen: Leergang voor Regisseurs in het Publieke Domein

« Terug
« Artikelen zoeken