home > over ons > nieuwsbrief

Oogcontact en de onvermijdelijke dialoog: kennismaking met Levinas

Auteur(s): Harry Slegh,

Veertig jaar geleden koos ik, tijdens een werkweek van de middelbare school, voor het thema 'ik en de ander'. En gek genoeg breek ik me nog steeds, of weer opnieuw, het hoofd over hetzelfde thema. Het is inmiddels natuurlijk wel een beroepsafwijking of -noodzakelijkheid geworden: bij elke coachingsvraag, bij elk mediationvraagstuk en bij elke organisatie-interventie is er onvermijdelijk aandacht nodig voor de betrekking tussen mensen. Daarnaast frappeert de schijnbaar toenemende stroom van intermenselijke ontsporingen me in hoge mate. Hoe zit dat, hoe komt dat en vooral: welk fundamenteel vraagstuk ligt hieronder?

Dominantie van het 'ik'
Mijn behoefte aan inzichten op dit vlak is groot: elke kennis, elk idee is welkom. En er is een hoop. De (sociale) psychologie, de sociologie, Neuro-Linguïstisch Programmeren, de psycho-analyse en ook de filosofie bieden meer dan genoeg aanknopingspunten voor een analyse van het (inter)menselijk gedrag. Toch voel ik me daar al een tijdje niet geheel senang bij. Mijn ontevredenheid zit vooral in het vertrekpunt van de analyses: in veruit de meeste gevallen domineert het ‘ik' en staat dus het individu voluit centraal. Natuurlijk is dat niet vreemd, gelet op het tijdsgewricht en misschien ook niet vreemd, gelet op de liberale Verlichtingsgedachten die ons al twee eeuwen voeden en beïnvloeden. En waardoor we ook gestimuleerd worden in het hanteren van een liberaal autonomiebegrip, waarbij het individu, de maximale individuele vrijheid en de behoeftenbevrediging de kernbegrippen zijn.

Totaliseren of 'dial-oog'
De fundamentele tekortkoming in dit gedachtegoed is dat ‘de ander' een secundaire plaats heeft. De ‘ander' heeft hooguit een positie als ‘heruitgave' van mijzelf: ik plak mijn innerlijke ervaring op mijn observatie van de ander en besluit dan dat de ander hetzelfde ervaart als ik bij hetzelfde gedrag. Groter gezegd: het ‘ik' is onvermijdelijk het centrum van hetgeen het individu doet en van alles wat het individu overkomt. Het effect ervan is dat het ‘ik' totaliserend is: al waarnemend, al handelend en zingevend maak ik van de wereld mijn wereld. De aanmoediging om dit zo te doen zat al in de traditionele filosofie:  ‘de mens' moet de wereld leren begrijpen door waar te nemen, door er over na te denken en er een betekenis aan te geven. De totaliserende werking van het almachtige individu met de illusie om alles vanuit het eigen ‘ik' te kunnen begrijpen en verklaren. ‘Dit kan niet waar zijn en dit kan niet goed zijn', was mijn unheimische gevoel. En ik meende hier de verklaring te zien van het ego-georiënteerde gedrag dat soms zo buitenproportioneel dominant is. Ik herinner me dan ook het flitsende inzicht toen Chris Bremmers, universitair docent filosofie in Nijmegen, tijdens een filosofisch weekend de visie van Levinas daarnaast plaatste. Deze visie heeft drie belangrijke grondgedachten. De eerste grondgedachte is dat je ‘de ander' primair ontmoet als ‘een ander', in plaats van als een heruitgave van mijzelf. Hiermee hangt direct samen dat het ‘anders-zijn' van de ander een fundamenteel gegeven is. De tweede grondgedachte is dat er een morele verplichting is om de ander in zijn anders-zijn te respecteren: ik mag de ander niet reduceren tot iets van mijn wereld en ik mag de ander niet van zijn anders-zijn beroven. Ik mag hem niet letterlijk doden, maar ook niet figuurlijk. De derde belangrijke grondgedachte is dat het een illusie is dat ‘de mens' de wereld kan verklaren en begrijpen, omdat hij nooit kan weten wat een ander ziet en interpreteert als deze je aankijkt. Levinas vraagt zich diepgravend af: ‘Wat gebeurt er als iemand mij aankijkt?' Aankijken maakt je bewust van een ander, in zijn anders-zijn. Het aankijken heeft daarmee ook iets traumatisch: je kunt je het beeld van de ander niet toe-eigenen en je kunt het ook niet ontwijken. Je moet er wat mee. En dat is het begin van de onvermijdelijke dialoog. De werkelijkheid verschijnt door interactie van ‘ik' en de ‘ander'.

Een heftig voorbeeld van hetgeen ‘aankijken' kan bewerkstelligen wordt door Duyndam en Poorthuis gegeven. Zij halen de gebeurtenissen op een school in Erfurt aan in 2002. Een wraakzuchtige leerling richt een bloedbad aan. Als hij al zestien leerlingen en docenten heeft doodgeschoten staat hij met zijn geweer voor een zeventiende slachtoffer. Het is een docent. Deze roept hem bij herhaling indringend toe: "Kijk me aan!" En dan komt die merkwaardige ontknoping: de jongen laat zijn geweer zakken en geeft zich over. Levinas zou zeggen: dat is de macht die uitgaat van ‘het gelaat'. Het gelaat roept verantwoordelijkheid op.

Begroeting en ontmoeting
Ik vond het destijds een ontroerende en geruststellende gedachte: als je de ander aankijkt realiseer je je onvermijdelijk dat je alleen maar kunt proberen alles te weten en te begrijpen door met elkaar in gesprek te gaan en elkaar eindeloos te bevragen. En het begint met een simpele begroeting waarin de erkenning van de ander wordt kenbaar gemaakt. De ontmoeting tussen twee individuen die het anders-zijn van de ander respecteren en gemeenschappelijk proberen de realiteit te begrijpen en daarmee ook tot elkaar ‘veroordeeld' zijn in hun verantwoordelijkheid, omarm ik als hét beeld dat we in ons werk als professionaliseerders moeten koesteren.

Boekentips
Ik ben me in het afgelopen jaar gaan richten op het werk van Levinas. Ik hoopte op nog meer stimulerende gedachten. Dat is uitgekomen. Het lezen van de belangrijkste werken van Levinas ‘De totaliteit en het oneindige', ‘Anders dan zijn of het wezen voorbij' en ‘Het menselijk gelaat' blijkt echter een pittig avontuur. Ik heb dan ook veel baat gehad bij een paar goede introducerende boeken over Levinas en zijn werk. Het ene is getiteld ‘Levinas' en is geschreven door Joachim Duyndam en Marcel Poorthuis. Het andere heeft als titel ‘De ander in ons' en bevat gesprekken die France Guwy heeft gevoerd met Levinas. De meester zelf aan het woord dus! Tot slot: niet van Levinas maar helemaal in het gedachtegoed ‘Jij die mij ik maakt' van Huub Oosterhuis. Ik raad ze allemaal aan voor een opgewekte start in 2010.

« Terug
« Artikelen zoeken