home > over ons > nieuwsbrief

Naar een nieuw lokaal politiek zelfbewustzijn

Auteur(s): ,

3 maart, 9 juni 2010. Of het stof dat toen bij de lokale en landelijke verkiezingen is opgewaaid alweer is neergedwarreld weten we nog niet als ik deze bijdrage medio september schrijf. Hoe we de verkiezingsuitslagen en de politieke gevolgen daarvan moeten interpreteren, evenmin. De kiezers hebben gesproken, maar niemand weet wat ze toen precies hebben gezegd. Bij veel bestuurders - vooral in gemeenten - leidt dat nog tot twijfels en een zekere mate van lusteloosheid. Ook omdat de economische crisis allerlei financiële onzekerheden met zich meebrengt. Net voor Prinsjesdag is het perspectief nog onduidelijk. Toch biedt dit ook nieuwe mogelijkheden en kansen. Daarom hier een pleidooi voor gemeenten om alle schroom van zich af te werpen en te investeren in een nieuw lokaal politiek zelfbewustzijn.

Onorthodoxe lokale coalities
Van dat zelfbewustzijn is nu nog maar beperkt sprake. Hoewel er met gemeentelijke schaalvergroting en decentralisatieprocessen naar wordt gestreefd om van gemeenten een eerste overheid te maken, is er op lokaal niveau eigenlijk sprake van een tweederangs politiek. Dat bleek vooral tijdens de lokale verkiezingscampagnes, die in feite een warming up waren voor de Tweede-Kamerverkiezingen. Later na het tellen van de stemmen was te zien dat de invloed van de landelijke politiek op de verkiezingsuitslagen trendbepalend was. Lokale issues als omstreden bouwprojecten speelden nauwelijks een rol bij de verkiezingen, landelijke thema's als de economische recessie, de overheidsfinanciën en de multiculturele samenleving des te meer. Grote partijen zijn kleiner en kleine partijen weer groter geworden, waardoor er meer verschillende coalities mogelijk zijn en er meer ingewikkelde coalities nodig zijn. Omdat lokale verkiezingen nauwelijks over lokale politiek gaan, zijn er gelukkig meer onorthodoxe oplossingen mogelijk. Colleges van VVD met GroenLinks of SP zijn al lang geen uitzondering meer. Ondanks dat het door bezuinigingen niet meer mogelijk was om politieke meningsverschillen ‘af te kopen' en het stellen van duidelijke politieke prioriteiten hard nodig was, lukte het toch om coalities te smeden tussen partijen met een uiteenlopend profiel. Het kostte wat meer tijd, maar dan heb je ook wat.

Sterke landelijke profilering
De uitslagen van de Tweede-Kamerverkiezingen laten in grote lijnen hetzelfde beeld zien: opnieuw zijn grote partijen kleiner (vooral het CDA) geworden en de kleinere partijen groter (vooral de PVV). En ook hier zien we na het reces ingewikkelde formatiebesprekingen. Vooral de PVV is als onderhandelingspartner niet voor iedere betrokkene acceptabel en kan toch ook niet worden genegeerd. Als ik de landelijke en de lokale politiek met elkaar vergelijk dan lijkt het voordelig dat de lokale politiek wat minder scherp politiek geprofileerd is en de media-aandacht van de landelijke politiek moet ontberen. Paars-plus- (VVD, PvdA, D66 en GroenLinks) of Roemer-varianten (CDA, PvdA, SP, GroenLinks) kunnen lokaal relatief snel van de grond komen; gedoogsteunvarianten - hoe dualistisch ze ook lijken te
zijn - maken waarschijnlijk weinig kans. Het zal uiteindelijk tot na Prinsjesdag duren voordat er een nieuw kabinet kan worden gepresenteerd. Het demissionaire kabinet mocht dus met zijn begroting voor 2011 nog een jaar vooruit regeren. Het nieuwe kabinet staat daarmee direct op achterstand met het snel realiseren van zijn ambities van het regeerakkoord en de daarin opgenomen bezuinigingen en ombuigingen.

Kiezen of laten kiezen?
Ondertussen zijn gemeenten blijven wachten op wat er komen ging. Met angst en beven voor alle aangekondigde bezuinigingen en met veel ongerustheid over de ontwikkeling van de gemeentefinanciën. Waar de lokale verkiezingen eerst in het teken stonden van de landelijke politiek, staat nu nog steeds de lokale politiek onder invloed van de landelijke formatie. Hoewel het kabinetsbeleid natuurlijk grote invloed heeft op de keuzes die lokaal gemaakt kunnen en moeten worden, lijkt het er ook op alsof lokale bestuurders zich wel erg afhankelijk opstellen ten opzichte van hun collega's in Den Haag. En als je zelf geen keuzes maakt, gaan anderen dat voor je doen.

Nieuwe verhoudingen
Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Een aantal gemeenten zet zelfbewust wel een eigen koers uit. Gemeenten die zich verdiept hebben in hun belangrijkste ontwikkelingsopgaven en een helder toekomstbeeld voor ogen hebben. Om dat toekomstbeeld te kunnen realiseren moet bezuinigd en hervormd worden. Lastige keuzes worden daarbij niet uit de weg gegaan: investeringen in nieuw beleid, efficiencyverbeteringen voor bestaand beleid en kortingen op beleid dat minder prioriteit heeft. Ingesleten gewoontes en routines worden ter discussie gesteld. ‘Waarom moest de jongerenwerker van de gesubsidieerde welzijnsinstelling steeds het jaarlijkse voetbaltoernooi organiseren? Kunnen de plaatselijke voetbalclubs dat niet zelf?' Als deze discussies op een goede manier worden ingericht, roepen ze geen verzet op maar maken ze juist veel creatieve energie los. In de ene gemeente worden maatschappelijke instellingen, clubs, verenigingen en belangenorganisaties intensief betrokken bij het debat over hoe het lokale beleid anders, beter en goedkoper kan. Elders wordt aan het maatschappelijk veld gevraagd om zelf met bezuinigingsvoorstellen te komen. Het gevolg van dit alles is dat een nieuwe bestuursstijl tot ontwikkeling kan komen waarbij de betrokkenheid, kennis en kunde in de plaatselijke samenleving beter worden benut en waar inwoners, organisaties, bedrijven en instellingen meer verantwoordelijkheden nemen en krijgen. Er ontstaan nieuwe verhoudingen tussen het gemeentebestuur en de samenleving die met wat goede wil flink wat politieke onvrede kunnen wegnemen. Als je het zo bekijkt, is de huidige combinatie van politieke en budgettaire onzekerheid een blessing in disguise.
Dr. Marcel Boogers is als universitair hoofddocent Bestuurs-kunde verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg (UvT). Hij heeft een brede expertise op het gebied van lokaal bestuur, lokale politiek en politieke organisaties; hij richt zich vooral op het krachtenveld tussen inwoners, organisaties, politici en bestuurders. Marcel levert regelmatig een bijdrage aan de programma's van Publiek Domein.

 

« Terug
« Artikelen zoeken