home > over ons > nieuwsbrief

Samenwerking in de publieke dienstverlening (ontwikkelingsverloop en resultaten)

Auteur(s): Ardi Roelofs,

Pieterjan van Delden
proefschrift via www.eburon.nl

Hoe kan samenwerking tussen organisaties leiden tot een betere publieke dienstverlening? Veel professionals die wij ontmoeten in onze programma's leven bijna in die vraag, zeker als ze betrokken zijn bij Veiligheidshuis, Centrum voor Jeugd en Gezin, Brede School, Cultuurhuis, Werkplein, Jeugdzorg etc. Deze samenwerkingsverbanden worden van overheidswege geïnitieerd om samenhang te versterken. Met een behoorlijk pakket van te behalen resultaten en effecten die ieder alleen niet voor elkaar kan krijgen. Professionals gaan moedig en hoopvol aan de slag, convenanten worden getekend en ieder hoedt zich voor nog een Savanna, een piek in de schooluitval of een leeglopende dorpsgemeenschap. Toch is er regelmatig maatschappelijke onvrede over uitblijvende resultaten of veranderen de samenwerkingsverbanden in kreunende en zuchtende operaties. De expertise die is opgedaan in oudere allianties als de Brede School of ketens huiselijk geweld bevat natuurlijk wijsheden over condities waar de nieuwere verbanden hun voordeel mee kunnen doen. In onze leergangen is dat al jaren een groeiende draad. Er is echter nauwelijks empirisch onderzoek naar de effecten op de samenwerking en de samenleving gedaan, noch naar de relatie tussen ontwikkelingsstadia van dergelijke gestapelde samenwerking en het procesresultaat. Eind vorig jaar promoveerde Pieterjan van Delden op dit onderwerp. In een helder, stevig en toegankelijk boek met veel casuïstiek en theorie deelt hij zijn inzichten. Van Delden richt zijn analyse op de processen tussen bestuurders, managers en professionals in de samenwerkingspraktijk van de sectoren veiligheid, zorg, onderwijs en werk en inkomen. Hij laat zien welke condities tot een succesvolle samenwerking leiden. Een van zijn kernobservaties is dat een samenwerkingsverband werkt als er om te beginnen sociale energie is die bovendien in beweging blijft door daadwerkelijk actief aanpakken, intenties die uitgesproken worden en levendige verbindingen tussen de partners. Veel vaker echter komt het verband niet tot wasdom. De uitvoerders willen wel, maar krijgen nauwelijks tijd of de benodigde mandaten. Er ontstaat een schijnsamenwerking van vooral praten. Of het projectteam werkt juist wel goed en intensief in uitvoering, maar de achterban van de betrokken partijen weet er nauwelijks van en werkprocessen sluiten daardoor onvoldoende aan. Van Delden spreekt van eilandsamenwerking. Het onderzoek laat zien dat kwartiermakers niet alleen horizontaal verschillende organisaties bijeen brengen, maar ook de diverse verticale platforms hebben te verbinden, met elk hun eigen mores. De relaties tussen management en bestuurders dienen ook zij actief te onderhouden, om een zee van eilanden te voorkomen met alle stagnaties van dien. Rondom stagnaties bevat het boek een aantal mooie schema's en scherpe analyses. Zoals dat er veel beleid is om samenhang te versterken, maar dat de vertegenwoordigers van de organisaties lang niet altijd voorbereid worden op wat er komt kijken bij het functioneren in een dergelijke alliantie. Het onderzoek draagt bij aan inzichten en kennis over de collectieve procesintelligentie die spelers in ketens en netwerken nodig hebben. De analytische doch praktische toon van Van Delden getuigt van sympathie voor de inzet van de samenwerkingsverbanden, waarvoor hij ook al jarenlang werkzaam is als adviseur.

Sterke Netwerken, (handelseditie), Van Gennep 2009.

Een samenvattend artikel, door Van Delden zelf geschreven, verscheen in het juninummer van het tijdschrift voor
Management en Organisatie.

Lezersreacties op Sterke Netwerken,
de publieksversie van het promotieonderzoek van Pieterjan van Delden

Een populaire uitgave van een promotieonderzoek is altijd lastig omdat de academische basis en opzet de "gewone" lezer vaak op afstand zet van de eigen dagelijkse praktijk. Maar de modellen en structuuranalyse in deze uitgave kunnen de werkers meer inzicht in de eigen praktijk te geven. Als ik dan vooral check wat dit boek kan toevoegen voor ketenwerkers dan vallen twee zaken op. De beschrijvingen van gedrag en gedragsimpulsen is een nieuw en interessant onderdeel voor modellen van ketensamenwerking. Er worden praktische handvatten geboden voor handige en verstandige gedragsimpulsen over wat men van elkaar mag verwachten in welke fase van de strijd en hoe dat werkt. Hoe een casusoverleg zich kan ontwikkelen van gedoe tot een oplossingsgericht overleg is interessant. Evenwel: hoe belangen, mensen en gedrag goed met elkaar te matchen blijft vaak de achilleshiel van ketensamenwerking. Het boek geeft hiervoor interessante aanbevelingen. Voor de snelle lezers en/of liefhebbers van checklisten en modellen is er een praktische bijlage met het model van Van Delden in een notendop.

Erik F Steketee, adviseur en ontwikkelaar bij De Processpecialisten,
als docent verbonden aan de Leergang voor Regisseurs van Publiek Domein en Vanvieren

 

 

« Terug
« Artikelen zoeken