home > over ons > nieuwsbrief

Integriteit als fundament

Auteur(s): Han Bekkers

Henk Bruning en Paul Strijp
Dilemma's aan de top
Topmensen in de publieke en semi-publieke sector over integriteit
SDU Uitgevers,
nr. 2 in de reeks
Cahiers Integriteit
ISBN 9789012122641

Op verzoek van de redactie bespreekt Han Bekkers het onlangs verschenen boek van Henk Bruning en Paul Strijp over integriteit. Han is voormalig gemeente-secretaris van de gemeente Nijmegen. De beide auteurs van het boek reageren op zijn boekbespreking. Bij voldoende belangstelling organiseren wij in 2008 een bijeenkomst over integriteit in het publieke domein en hoe hier naar te kijken ... en natuurlijk te handelen. Han Bekkers, Henk Bruning en Paul Strijp nemen daar graag aan deel. U kunt zich hiervoor opgeven via utrecht@publiekdomein.nl of via de antwoordkaart bij deze Nieuwsbrief.

Integriteit is in. Niet alleen in de literatuur, maar ook in het maatschappelijke debat. Binnen organisaties en dan vooral binnen de overheid. Dat is een goede zaak, maar roept ook vragen op. Want integriteit vraagt om keuzes en soms lijken deze keuzes niet gemakkelijk te maken. Dan spreken we van dilemma's. Het boek van Henk Bruning en Paul Strijp gaat over deze dilemma's. Ze hebben daarvoor naast een theoretisch kader een tiental functionarissen geïnterviewd over de door hen ervaren dilemma's.

De afgelopen jaren ben ik persoonlijk én zakelijk geboeid geraakt door het thema integriteit. Om als leider én als mens geloofwaardig te zijn, is heelheid nodig. Integriteit beschouw ik als een proces naar heelheid in je innerlijke en uiterlijke leven en heelheid in je relaties naar anderen. Zó dat de innerlijke wereld van je waarden zo veel mogelijk overeenkomt met je feitelijke gedrag. Dat is soms een moeilijk en pijnlijk proces. Het boek heb ik dan ook met belangstelling, maar ook met verbazing zitten lezen.

De conclusie van Henk Bruning en Paul Strijp is dat zij "...pleiten voor een zekere rekkelijkheid: onkreukbaarheid is wel erg veel gevraagd van een mens!" Mijns inziens komen ze tot deze onjuiste conclusie door integriteit en moraliteit met elkaar te verwarren. Het gaat erom dat leiders geloofwaardig zijn. Integer handelen is de basis voor die geloofwaardigheid. En een tweede conclusie: "Een enkele misstap van een bestuurder zou niet op voorhand veroordeeld moeten worden," mist de essentie doordat ze geen uitweg geven uit de valkuil van onze onvolmaaktheid. Want de uitweg komt als we accepteren dat we allemaal fouten maken én dat we van fouten kunnen leren. Dat is ook wat ik bedoel met heelheid. Alleen als we niet bereid zijn onze fouten te erkennen en als we niet kunnen en willen leren, is er pas sprake van een probleem.

Het interview met Cees Veerman laat zien dat hij - schoorvoetend - beseft dat hij een fout heeft gemaakt; hij geeft blijk van bewustzijn over zijn geweten én hij laat zien dat het proces hem pijn heeft gedaan. "Voor mijn gevoel heb ik weliswaar fouten gemaakt, maar wel altijd naar eer en geweten gehandeld. Die fouten heb ik bovendien in het parlement erkend. Als je dan breed wordt uitgemeten als een zakkenvuller, dan doet dat pijn." Zo hoort het.

Maar het kan ook anders. Zoals in het interview met Bram Peper. Hij moest aftreden vanwege handelingen als burgemeester van Rotterdam die niet door de beugel leken te kunnen. In het interview is zijn verdediging dat het niet bewezen is, dus is er niets aan de hand. "Ik werd door de accountants - die toen nog voor integer doorgingen (vóór Enron, vóór Ahold) - gecriminaliseerd, maar heb het kunnen redden vanwege mijn wetenschap hoe het wel zat en mijn reine geweten." Dat is duidelijk. Maar wel onbevredigend. Want waarom is hij afgetreden? Waar ging al die commotie dan over? Het zou hem sieren als hij ons deelgenoot zou maken van wat hij denkt nagelaten te hebben om minstens de schijn van fraude te voorkomen. Waarom heeft hij er niet voor gezorgd dat hij voldoende kritische mensen om zich heen verzamelde die hem tijdig waarschuwden? Cees Veerman heeft het begrepen: "Vertel me hoe het zit, wees niet bang voor risico's, (...) behoed me voor fouten!" Wilde Bram Peper geen kritiek en wilde hij ongehinderd zijn eigen gang kunnen gaan? Als gemeentesecretaris hechtte ik eraan dat ik elke declaratie van mijn bestuurders eerst goedkeurde op ‘functionaliteit' voor tot uitbetaling werd overgegaan. Met als enige reden bestuurders te beschermen tegen onbedoelde vergissingen. De opmerking van Peper dat "...het belachelijk is dat een burgemeester zich bij een boekhouder moet verantwoorden" is tragisch. Ja, dat moet hij en wel in zijn eigen belang. Ik zou alleen zeggen: niet bij je boekhouder en niet verantwoorden, maar laat je als burgemeester bijstaan door je gemeentesecretaris. Want als je dat niet doet, loop je de kans je in het openbaar te moeten verantwoorden.

Het boek roept - waarschijnlijk onbedoeld - een probleem op. Er wordt een tiental leiders geïnterviewd die op de een of andere manier met integriteitskwesties te maken hebben gehad. Dat is verhelderend maar tegelijkertijd weinig productief, omdat er geen dialoog ontstaat. In feite krijgen deze tien leiders vooral een platform voor hun eigen ideeën: om helderheid te geven over hoe zij omgaan met integriteit, maar ook om zichzelf achteraf alsnog te verdedigen in hun keuzes of deze te bagatelliseren. En dat doet het boek geen goed, de betrokkenen niet en het integriteitsbeleid niet. Juist integriteit vraagt om een dialoog.

In enkele interviews wordt gerept over de gevolgen van de strenge integriteitscodes in Nederland. Zo zegt Mariëtte van Wieringen: "Grote zorgen maak ik mij ook over de kwaliteit en beschikbaarheid van bestuurders. De functie betaalt niet goed, bestuurders hebben geen gezag meer, wat levert een functie in het openbaar bestuur überhaupt nog op?" Ik vraag me af of deze vraag wel relevant is. Want willen we wel mensen op publieke functies die niet geloofwaardig zijn? Wordt het dan niet hoog tijd dat we meer aandacht geven aan de integriteit in het bedrijfsleven? Als we alleen maar oog hebben voor het openbaar bestuur dan verliest het openbaar bestuur aan gezag. Een van de aanbevelingen van de onderzoekers is dat de Balkenende-norm op de helling moet. Ook dat is een verkeerde discussie. Kijk niet alleen naar de overheid maar zeker ook naar het bedrijfsleven.

Er zijn nog meer verrassende uitspraken. Zoals Cees Veerman. Hij vindt: "...een leugentje om bestwil moet soms, professioneel liegen heet dat. Zo kan het ook moreel gerechtvaardigd zijn om bijvoorbeeld in sommige Afrikaanse landen steekpenningen te geven. Dat heb je in die landen nodig om iets voor elkaar te krijgen." Wat is het effect hiervan op onze moraal?

Deze tien mensen behoren tot de top van Nederland. Gelukkig zijn er leiders die verantwoordelijkheid nemen. Bij Pans bijvoorbeeld geen geklaag over overvloedige regelgeving. Hij zegt: "Kan ik het mijn dierbaren uitleggen en is mijn handelen voorpaginabestendig? Die twee vragen stel ik mij altijd." Evenzo bij Tange en Thunnissen. Het is echter ontmoedigend om te zien hoe sommigen uiting geven aan hun machteloosheid en frustratie. Henk Bruning en Paul Strijp: "Echter, ons viel toch vooral een vrij breed gevoel van onbehagen op. Dat onbehagen hangt soms samen met de ervaring dat het maatschappelijke klimaat in Nederland door wantrouwen wordt verziekt, soms met een gevoel van machteloosheid. ‘Wie krijgt er nog iets voor elkaar in Nederland?', verzucht Verlaan bijna moedeloos." Als enkelen van deze tien mensen al machteloos zijn, wat kunnen we dan nog van anderen verwachten?

Al met al heb ik het boek met grote verbazing gelezen. Blij verrast dat er bestuurders zijn die het hart op de goede plaats hebben en oprecht met integriteit en hun eigen handelen omgaan. Maar ook pijnlijk verrast over het beperkte blikveld dat sommige bestuurders lijken te hebben, waarbij ze alleen oog hebben voor hun eigen wereld en niet voor de maatschappelijke werkelijkheid om hen heen. Een gemiste kans vind ik het dat de schrijvers zich vooral met die laatste categorie bestuurders lijken te identificeren.

Veel uitspraken in het boek missen de kern waar het bij integriteit om gaat. Ben je bereid zelf te kijken naar je eigen gedrag en de effecten daarvan? Ben je bereid transparant te zijn over je waarden en je handelen? En ben je bereid te leren van je fouten?

Wat mij betreft kunnen geen concessies worden gedaan aan ons integriteitsbeleid en de waarden die wij met elkaar ontwikkeld hebben. Wel kan de overheid in een minder kwetsbare positie komen als we ook nadrukkelijk werk maken van integriteit bij het bedrijfsleven. Daar valt, denk ik, nog veel te halen.

Tot slot. De conclusie "Geloofwaardigheid van de overheid is een fundament van integriteit" is ook onjuist. Integer handelen leidt juist tot een geloofwaardige overheid. Integriteit ís het fundament.

Meer informatie: http://www.hanbekkers.nl

Relevante leergangen: Leiderschap in het Publieke Domein, Wethoudersprogramma

« Terug
« Artikelen zoeken